Pinksterbrief van Bisschop voor alle parochianen

Pinksteren,

28 mei 2023, Breda

De liefde van Christus laat ons geen rust

Aan alle gelovigen in het bisdom Breda,

Bij het ziek-zijn met een vooruitzicht dat helemaal niet goed was, heb ik ervaren dat de confrontatie met de dood alles op zijn kop zet en je laat nadenken over wat nu echt het belangrijkste is. Daarbij is me ook opnieuw helder geworden dat, meer nog dan het besef van de onvermijdelijke dood, de liefde van Christus in staat is alles op zijn juiste plaats te zetten. Inmiddels is de prognose sterk verbeterd! Er is nu niet alleen meer sprake van behandelen, maar – ook al is er nog een weg te gaan – er mag voorzichtig gedacht worden aan genezing. God zij dank, en dank ook aan allen die baden en nog steeds bidden voor genezing.

Hoe neem je de draad weer op, als het voornaamste vooraan is komen te staan? Terug in de oude stand? In zekere zin “ja”, want ik mag weer werken en er moet nog steeds veel gebeuren, maar vooral ook “nee”, want ik heb opnieuw ervaren wat het belangrijkste is. We weten het allemaal, maar het kan niet genoeg gezegd worden: in onze kerk is het voornaamste niet de organisatie, maar de persoonlijke band met Jezus Christus. Het ernstig ziek-zijn heeft voor mij sterk bevestigd dat de Liefde van God die we door Jezus hebben leren kennen, voorop moet staan. “De liefde van Christus laat ons geen rust” (2 Kor 5,14), schrijft de apostel Paulus; hij maakt duidelijk dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, zelfs de dood niet (Rom 8,35).

Missie van Jezus

Al vóór de coronacrisis is er in ons bisdom een beweging op gang gekomen die heeft geleid tot vele inspanningen om de parochies te helpen meer missionair te worden. Dat is meer dan een beetje bijsturen: het is echt teruggaan naar het meest wezenlijke en niet meer op de eerste plaats werken aan onderhoud en instandhouding. Missionair zijn betekent de missie (opdracht) van Jezus ter harte nemen en de vreugde van zijn evangelie delen met iedereen. Missionair zijn betekent ook een nieuwe manier van werken, namelijk gericht op de gemeenschap met Christus en de naaste. Die gemeenschap is tot stand gekomen door de liefde van Jezus: doordat Hij ons in alles van de Vader sprak, ons de voeten waste, ons ten einde toe heeft lief gehad door zijn zelfgave aan het kruis, en werkelijk onder ons aanwezig bleef.

De gemeenschap met Jezus en zijn opdracht om de vreugde van het Evangelie met iedereen te delen gaan uiteindelijk terug op de Drie-ene God. Zo lezen we op het pinksterfeest in het evangelie: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de heilige Geest.” (Joh 20,21-22)

De gemeenschap die Jezus tot stand brengt, heeft haar oorsprong in de gemeenschap van de Vader en de Zoon en de gave van de Heilige Geest. Dat betekent: missie is de mededeling van deze gemeenschap. Leerlingen van Jezus worden erop uitgezonden om deze gemeenschap te verbreiden, niet alleen door erover te praten, maar door ze zelf te beleven en over te dragen, d.w.z. de actuele ervaring ervan over te dragen, iedere dag opnieuw.

Gemeenschap van Jezus

Het is niet zo dat de missie van Jezus iets nieuws is, maar onze kerk in al haar geledingen lijdt op een bepaalde manier onder een crisis van gemeenschap, een crisis in het beleven van de gemeenschap met Christus (in het midden). Hoe bouw je opnieuw een gemeenschap op die aantrekkelijk is en leven geeft? Hoe gaat dat in zijn werk? Ook in de samenleving komt een participatie-maatschappij niet zomaar van de grond. Als je iets verandert, hoe wordt het dan een echte verbetering? Het is zo verleidelijk om met de beschikbare middelen aan de gang te gaan. Een trukendoos belooft een snelle oplossing, maar in feite is het dan een oplossing die ons niet persoonlijk beroert. Als “ik” gewoon “ik” blijft, dan verandert er eigenlijk ook niet veel. Voor echte gemeenschap is het nodig dat we zelf veranderen.

Het “wij” van een echte gemeenschap ontstaat niet door een heleboel “ikken” samen te voegen. Hoe echte gemeenschap in de Kerk ontstaat leren we van Jezus, want Hij begint ermee: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort” (Joh 12,24-25). Jezus geeft zichzelf om de gemeenschap van Vader, Zoon en Geest mee te delen en de Kerk te stichten. Doordat iedereen iets opgeeft om van zichzelf, van zijn/haar “ik” (ego), kunnen we aansluiten bij Jezus en elkaar en kan er een “wij/ons” in Jezus ontstaan. Daarom is echte gemeenschap best moeilijk: het betekent een bekering, een beetje aan jezelf afsterven, zodat het “eigen ik” een “broederlijk/zusterlijk ik” wordt. In een huwelijk is het niet anders: het “wij” van een huwelijk ontstaat wanneer twee “ikken” bij elkaar komen en iets van zichzelf opgeven. Het is zoals wij zingen in Ubi caritas: “Congregavit nos in unum Christi amor” (de liefde van Christus brengt ons samen in eenheid).

De kracht van de Heilige Geest

Echte gemeenschap gaat onze kracht te boven, maar Jezus geeft ons de Heilige Geest. Mensen die elkaar in geloof willen ontmoeten, stellen zich open voor het wonder van gemeenschap, dat de Geest bij ons teweeg brengt. Pinksteren is in die zin het feest van de geboorte van de Kerk. Paulus zegt erover: “Moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven dat uw diepste wezen machtig door zijn Geest wordt gesterkt, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Moogt gij in staat zijn … te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van God zelf is” (Ef 3,15-19).

Onlangs hoorde ik de uitspraak: “Als onze kerk dichtgaat, kom ik niet meer”. De context waarin het gezegd is, ken ik niet, maar ik kan me goed voorstellen dat een kerksluiting deze emotie oproept. Gevoel is eigen aan ons mensen, maar het is niet de beste raadgever. Hoe gaan we om met onze gevoelens bij veranderingen? Als Paulus spreekt over de liefde van Christus en over welke geest ons bezielt, roept hij op tot kracht, liefde en bezonnenheid: “Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid … Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus” (2 Tim 1,7.13).

Bezonnenheid betekent onder ogen zien wat er werkelijk speelt in het licht van de liefde van Christus en dan durven kiezen voor het “wij in Jezus” in plaats van vast te houden aan het “ik”. Dat gebeurt niet zonder dat wij ons persoonlijk inzetten, eerlijk en oprecht.

Nieuw leven in Jezus

In de prefatie van Pinksteren bidden we deze woorden: “Aan hen die door de gemeenschap met uw Zoon uw kinderen zijn geworden, hebt Gij op deze dag de Heilige Geest geschonken om het paasmysterie te voltooien”. Hierin wordt alles benoemd: het paasmysterie is het sterven van Jezus dat leidt tot nieuw leven, en zo mag ook onze persoonlijke inzet voor een missionaire parochie gekenmerkt zijn door een bereidheid iets van onszelf op te geven om nieuw te kunnen leven in de gemeenschap met Jezus en de Vader en met elkaar in de kracht van de Geest. Wie eerlijk en oprecht zoekt naar wat waar en goed is, ondervindt dat Gods mensgeworden Liefde in ons midden is en (doorheen onze tochtgenoten) zelf de Weg, de Waarheid en het Leven voor ons is.

Ik zie ernaar uit om na een lange periode van afwezig-zijn door ziekte deze weg weer samen met u te gaan: in gemeenschap als leerlingen van Jezus en open voor wat deze tijd van ons als gelovigen vraagt.

met u verbonden in de liefde van Christus, u een Zalig Pinksteren wensend,

+Johannes Liesen

Bisschop van Breda

Geplaatst in De Bron